KiesUwCursus
Home Juridisch Nieuws & Actualiteiten | Blog Raadsheer Hendrik Wammes: “Mijn favoriete onderwerp is zonder twijfel het derdenbeding”
Naar alle blogs

Raadsheer Hendrik Wammes: “Mijn favoriete onderwerp is zonder twijfel het derdenbeding”

Contracten maken en beoordelen is een vak apart. CPO-docent en raadsheer Hendrik Wammes kent de valkuilen en de pareltjes in het verbintenissenrecht. Deze komen volop aan bod in de masterclass ‘Contracten maken en beoordelen in de praktijk’.

17 september 2019

Wat is de kracht van deze masterclass?

De masterclass wordt gegeven door rechters, die kijken vanuit een ander perspectief naar een juridische kwestie dan een advocaat. Ik maak weleens de vergelijking tussen een speedboot en een roeiboot. Een advocaat zit in die speedboot en gaat op hoge snelheid vooruit, terwijl een rechter in de roeiboot zit en juist achteruit vaart. Vanuit die roeiboot kijkt de rechter terug, kan alles overzien en heeft daarmee een breder perspectief. Wij zien waar het vaak misgaat tussen partijen. In de masterclass delen we die ervaring en geven praktische tips. Want van fouten kun je leren, maar het liefst natuurlijk van die van anderen.

De deelnemers aan deze masterclass zijn ervaren advocaten en juristen. Zij kunnen hun kennis opfrissen en verdiepen, maar de kracht van de masterclass is vooral dat ze weer extra alert worden; dat er voortaan bellen gaan rinkelen bij bepaalde onderwerpen zodat ze op tijd in de wet kijken. Dat blijft belangrijk, uiteraard voor een goede formulering van een specifieke bepaling, maar je voorkomt ook dat je de juiste kwalificatie van een overeenkomst mist.

Een advocaat zit in die speedboot en gaat op hoge snelheid vooruit, terwijl een rechter in de roeiboot zit en juist achteruit vaart.

De juiste kwalificatie van een overeenkomst missen; kunt u daarvan voorbeelden geven?

De Dexia-problematiek is een goed voorbeeld. Er was een financieel product ontwikkeld waarmee aandelen konden worden gekocht die vervolgens in termijnen konden worden betaald. Degenen die bij het opstellen van de contracten betrokken waren, hebben over het hoofd gezien dat sprake was van koop op afbetaling of huurkoop. De wet schrijft in artikel 1:81 van het Burgerlijk Wetboek voor dat bij het aangaan van een dergelijke overeenkomst toestemming van de partner is vereist, maar daarover was niets geregeld bij het afsluiten van het financiële product. De juiste kwalificatie van de overeenkomst was dus gemist, met alle gevolgen van dien.

Ook bij letselschades waarbij een privékliniek is betrokken, heb ik hiervan voorbeelden gezien. Het komt voor dat een privékliniek in de algemene voorwaarden de aansprakelijkheid heeft beperkt tot de hoogte van het bedrag dat de verzekeraar uitkeert. Een dergelijke clausule is overigens ook gebruikelijk in de algemene voorwaarden van een advocaat.

Maar in tegenstelling tot de overeenkomst van opdracht die de advocaat met zijn cliënt aangaat, wordt de overeenkomst met een privékliniek nader geregeld in een speciale regeling. Artikel 7:463 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt nadrukkelijk dat medische aansprakelijkheid niet kan worden beperkt of uitgesloten. Ook hier geldt dus: kijk in het wetboek voor de juiste kwalificatie van de overeenkomst.

Wat is uw favoriete onderwerp binnen het contractenrecht?

Dat is zonder twijfel het derdenbeding. Als je een contract maakt, moet je je goed realiseren tussen welke partijen de bepalingen gelden. Via een derdenbeding raken ook andere dan de oorspronkelijke contractspartijen betrokken en dat kan tot onbedoelde ingewikkelde situaties leiden.

Neem bijvoorbeeld een overeenkomst tussen een gemeente en een woningbouwvereniging. Als daarin bepalingen voor huurders zijn opgenomen, dan kan de gemeente te maken krijgen met extra contractspartijen. Dat is lastig als de gemeente de overeenkomst met de woningbouwvereniging wil wijzigen; de gemeente moet dan met al die partijen in gesprek. Dit is interessante problematiek die je overigens vaak goed kunt ondervangen met de juiste formulering. Daar ga ik in de masterclass uitgebreid op in.

Welke actuele ontwikkelingen spelen er?

Er liggen twee mooie conclusies van advocaat-generaal Valk waarin de Hoge Raad wordt uitgedaagd het voortouw te nemen bij de ingebrekestelling: wanneer is deze nog vereist en kan daarin van de schuldenaar geëist worden dat hij binnen een korte termijn verklaart dat hij zal nakomen? Dit zijn voor de praktijk twee belangrijke kwesties.

Verder doet de Hoge Raad dit najaar uitspraak in een bijzondere zaak tussen een waterbedrijf en een huurder van een woonhuis. De huurder in kwestie heeft geen contract met het waterbedrijf en in de huurovereenkomst is geen bepaling opgenomen over servicekosten voor het gebruik van water. Wie draait nu op voor die kosten? Is met het opendraaien van de kraan door de huurder een overeenkomst met het waterbedrijf ontstaan? Of is hier sprake van een ongevraagde levering als bedoeld in artikel 7:7 van het Burgerlijk Wetboek en hoeft de huurder niet te betalen?

Ik ben erg benieuwd naar de uitspraak van de Hoge Raad en verwacht dat we deze zaak in november op de derde, tevens laatste dag van de masterclass kunnen behandelen.

Einde interview

Hoe voorkomt u veelgemaakte fouten in het maken van contracten? De masterclass ‘Contracten maken en beoordelen in de praktijk’ focust op materiële en procesrechtelijke aspecten. Na afloop weet u de valkuilen bij het maken en beoordelen van contracten te omzeilen.

De masterclass vindt plaats op 7 oktober, 28 oktober en 18 november in ‘s-Hertogenbosch. Klik op onderstaande knop voor alle informatie:

Dit interview is afkomstig van het platform Verder Denken van CPO. Klik hier om het originele interview terug te lezen.

Masterclass Contracten maken en beoordelen in de praktijk interview