KiesUwCursus
Home Cursussen Actualiteiten Executie- en beslagrecht

Actualiteiten Executie- en beslagrecht

Na de herziening van het executie- en beslagrecht eind 2020 en begin 2021 blijven er vragen die de rechter moet beantwoorden.  Zo is de regeling van de beslagvrije zaken in art. 447 en 448 Rv aangepast aan de eisen van de tijd en is ook een beslagvrije voet bij bankrekeningen ingevoerd. Ook is het in principe niet toegestaan roerende zaken in beslag te nemen indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat de opbrengst die gerealiseerd kan worden door het verhaal op die zaken minder bedraagt dan de kosten van de beslaglegging en de daaruit voortvloeiende executie. Maar wat betekent dit voor de rechtspraktijk? Betekent dit een breuk met het verleden? Beschikt de schuldeiser nog wel over verhaalsmogelijkheden? 

Met enige regelmaat wijst de Hoge Raad belangrijke arresten op het gebied van het executie- en beslagrecht. In zijn arrest van 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026, Hotel-restaurant De Zeester) is de Hoge Raad gedeeltelijk teruggekomen van zijn rechtspraak zoals ingezet met het arrest Ritzen/Hoekstra van 22 april 1983 (NJ 1984/145), waarin voor een executiegeschil in kort geding als maatstaf misbruik van bevoegdheid was voorgeschreven (art. 3:13 BW). De Hoge Raad heeft beslist dat, indien in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd van een uitspraak waartegen een rechtsmiddel is ingesteld of nog openstaat, de vordering aan de hand van dezelfde maatstaf moet worden beoordeeld als een vordering of verzoek tot schorsing als bedoeld in art. 351 en 360 lid 2 Rv. 
Een vraag die niet eenduidig beantwoord werd is hoever de schuldenaarsverplichting reikt om inkomensbronnen op te geven (vgl. art. 475g Rv). En is die verplichting beperkt tot de Nederlandse bezittingen of moeten ook buitenlandse inkomsten en vermogensbestanddelen worden genoemd? Zie hierover HR 26 november 2021, Ars Aequi 2022, p. 300-305.

In het executie- en beslagrecht geldt dat wie ten onrechte beslag recht legt aansprakelijk is ongeacht de motieven. Maar wat nu als bij een conservatoir beslag ten behoeve van bank ten onrechte de laptop van een derde wordt meegenomen en na het eindigen van het beslag niet wordt teruggegeven. HR 15 juli 2022, RvdW 2022/756 (Truckom/ABN Amro) bepaalt dat voor per abuis gelegd beslag op zaken van een derde geen risicoaansprakelijkheid bestaat.

DOELGROEP EN NIVEAU

De doelgroep is advocaten en bedrijfsjuristen. Cursisten moeten basiskennis hebben van het Beslag- en executierecht om de cursus met succes te kunnen volgen.

Niveau is verdieping.

SYLLABUS

Eén week voorafgaand aan de cursus ontvangt u van ons de digitale syllabus. Een print van de powerpointpresentatie ligt op de locatie voor u klaar.

REVIEWS

Docent werd door eerdere cursisten beoordeeld met een 9,5!

Onze cursus werd met de volgende opmerking gewaardeerd:

  • Zeer kundige docent

Programma

09.00 Ontvangst
09.30
– Executoriale titels
– Misbruik van executiebevoegdheid
– Reikwijdte van beslag
11.00 Pauze
11.15
– Tenuitvoerlegging m.b.t. onroerende zaken
– Beslagregister
– Verhaal van geldvorderingen (Derdenbeslag; Europees bankbeslag)
12.45 Lunch
13.30
– Problematische schulden (o.a. aanpassing art. 447 en 448 Rv alsmede beslagvrije voet bij bankrekeningen)
– Specifieke beslagen (o.a. bewijsbeslag)
15.00 Pauze
15.15 Indirecte executiemiddelen lijfsdwang en dwangsom
16.45 Afsluiting

 

Sprekers

  • Prof. mr. A.W. Jongbloed

    Doceert op het gebied van het Burgerlijk procesrecht, het Huurrecht en het Executie- en beslagrecht. Gastdocent in het buitenland. Annotator en auteur. Raadsheer-plaatsvervanger te Amsterdam en Leeuwarden. Redacteur tijdschrift Huurrecht Bedrijfsruimte. Hoofdredacteur Tijdschrift voor de Procespraktijk (TvPP).

Editie(s)

Reviews over cursussen van Instituut voor Juridische Opleidingen

Deel uw ervaring met vakgenoten!

Nog geen reviews. Wees de eerste.

Laat uw review achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beoordeling